|
|
TERUG De alcoholwetgeving. Alcohol is zondermeer het genotsmiddel met de grootste impact op onze maatschappij.Goede voorbeelden hiervan zijn dronken voetbalsupporters en geweldplegingen in uitgaanscentra. In verreweg de meeste gevallen van zinloos geweld op straat waren de relschoppers dronken.
Nederland telt zo'n 350.000 tot 600.000 probleemdrinkers en alcoholverslaafden, ter vergelijking: het aantal heroïneverslaafden wordt geschat op rond de 25.000.
Volgens de meest recente berekeningen bedragen de totale kosten van ongevallen, werkverzuim en schade door alcoholgebruik ongeveer zes miljard gulden per jaar.
Er vallen per jaar zo'n 400 verkeersdoden, waarvan alcohol de oorzaak is en bijna 50.000 vrouwen worden perjaar mishandeld door hun dronken echtgenoot.
Vandaar dat de verkoop van alcohol in Nederland aan strenge regels en voorwaarden verbonden is.
De belangrijkste regel in de drank- en horecawet is dat ieder horeca- of slijtersbedrijf een vergunning moet hebben. Deze wordt verstrekt door de Burgemeester en wethouders.
Maar niet iedereen kan zo'n vergunning krijgen; de bedrijfsleider dient in ieder geval aan de volgende eisen te voldoen:
Hij of zij is 21 jaar of ouder.
Hij of zij mag niet onder curatele staan of uit de ouderlijke macht of voogdij zijn ontzet.
Hij of zij mag in geen enkel opzicht van slecht levensgedrag zijn. als je dus een strafblad hebt of ooit aangeklaagde voor de rechter bent geweest, kan je geen drankvergunning meer aanvragen.
Leidinggevenden moeten ook over een horeca-diploma beschiken en voldoende kennis en inzicht hebben met betrekking tot sociale hygiëne.
Er zijn twee soorten gelegenheden, die deze vergunning versterkt kunnen krijgen: horecagelegenheden en slijterijen.
Voor beide gelegenheden gelden totaal andere regels. zo mag een horecagelegenheid geen alcohol verkopen , die niet in de gelegenheid zelf genuttigd wordt en mag in een slijterij juist geen alcohol genuttigd worden.
Grote bedrijven, die hoofdzakelijk levensmiddelen, maar ook alcohol verkopen, zoals supermarkten, moeten de alcoholhoudende dranken in een duidelijk gemarkeerd gebied zetten. Ze mogen dus geen bier naast de frisdranken zetten. Supermarkten mogen ook alleen zwak- alcoholische dranken verkopen.
Voor terrassen in de horeca geldt dat zij duidelijk aan de horecagelegenheid gelegen moeten zijn.
Natuurlijk mag drank niet aan iedereen worden verkocht. De belangrijkste regel op dit gebied is dat iemand minimaal 16 jaat moet zijn om zwak-alcoholische dranken (bier of wijn) te kunnen kopen. iemand moet minimaal 18 jaar zijn om sterke dranken te kunnen kopen.
Een slijterij mag zelfs niemand jonger dan 16 jaar binnenlaten, als deze niet vergezeld is (dus onder toezicht staat) van iemand met een leeftijd van minimaal 21 jaar.
Ook is het verboden om in een slijterij of horecagelegenheid iemand toegang te verlenen, die duidelijk onder invloed van alcohol of drugs is.
tevens bestaan er voor slijterijen en horecagelegenheden een aantal personeelsregelementen.
Ten eerste moet de vergunninghouder of een andere leidinggevende, die ook op de vergunning vermeld staat, te allen tijde aanwezig zijn.
Ook mogen in een locatie waar alcohol wordt verkocht geen mensen in dienst zijn, die jonger dan 16 jaar zijn.
Natuurlijk heeft de overheid ook de mogelijkheid een vergunning in te trekken.
dit kan gebeuren in de volgende gevallen:
Op de aanvraag van de vergunning zijn onjuiste gegevens vermeld .
Er is een andere leidinggevemde gekomen, die niet op de vergunning staat vermeld.
Er wordt herhaaldelijk alcohol verkocht aan personen , jonger dan 16 jaar.
Het vermoeden bestaat dat het blijven verlenen van een vergunning aan een bepaalde lokatie gevaar oplevert aan de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
Voor speciale gelegenheden, zoals de Uitmarkt, een parade of een braderie wordt soms een uitzondering gemaakt en mag er zonder vergunning alcohol worden geschonken. Dit moet dan wel van tijdelijke aard, ten hoogste twaalf dagen, zijn.
Er is veel kritiek op het Nederlandse alcoholbeleid. Vooral in de supermarkten blijkt er onvoldoende gelet te worden op de leeftijd van jongeren die alcohol kopen.
Een oplossing voor dit probleem is dat in de barcodevan alcoholhoudende drank naast de prijs ook staat dat cassieres naar de leeftijd moeten vragen, zodat ze hier automatisch aan herinnerd worden.
Ook moet de produktinformatie op de verpakking van drank duidelijker worden.
Vooral bij nieuwe mixdrankjes is het vaak onduidelijk hoeveel alcohol je binnen krijgt.
En er zou een gezondheidswaarschuwing op drankverpakkingen moeten komen, zoals dat bij sigaretten het geval is.
Ook de zogenaamde happy hours zouden volgens de Jellinek afgeschaft moeten worden.
In deze uren kan er in cafés voor half geld gedronken worden, en het logische gevolg daarvan is, dat er in deze uren sneller en meer gedronken wordt dan normaal.
Ten slotte heeft een minister voorgesteld om alcoholreclame in de vroege uren te verbieden.
Nog een idee is om reclametax te gaan heffen op reclame voor alcoholhoudende dranken.
Vorig jaar is er door de drankindustrie in Nederland voor 221 miljoen gulden reclame gemaakt, dus bij een reclametax van vijf procent zou dit ruim tien miljoen gulden opleveren.
Dit geld kan dan weer voor onderzoek en voorlichting gebruikt worden.